Book cover

Herders, Hij is geboren

Lofzangen, 137


1. Herders, Hij is geboren in ’t midden van de nacht,die zo lang van tevoren de wereld heeft verwacht.Vrolijk o herderkens, zongen ons d’ engelkens,zongen met blijde stem: Haast u naar Bethlehem!

2. Als wij daar zijn gekomen: ziet, een klein kindekenleit op ’t strooi nieuw geboren, zoet als een lammeken.D’ oogskens van stonden aan zag men vol tranen staan;’t weende uit druk en rouw in deze straffe kou.

3. Ziet, wij schenken u samen een teer klein lammeken;boter, melk en sanne¹ voor uw lief mondeken.Na, na, na, kindje teer, sus, sus, en krijt niet meer;doet uw klein oogskens toe, zij zijn van ’t krijten moe.

4. ’t Kindjen begon te slapen, de moeder sprak ons aan:Lieve herderkens samen, wilt zoetjes buiten gaan;uliê zij peis en vree, dat brengt mijn kind u mee,want ’t is uw God en Heer; komt morgen nog eens weer.